zondag 26 december 2010

Gordian Egg (7)

"Wacht jij eens even! Zó dapper in je verovering van de wereld en dan zó klein als het even tegen zit. Wie denk jij dat jij bent?" vraagt het beeld.
Hij zwiujgt. Voor 't eerst in 15 jaar zakendoen, heeft hij geen antwoord klaar. Je zal ook maar door een VOC-beeld worden toegesproken. Terwijl de stad om hem heen verkruimelt en het kasboek in zijn borstkas prikt, weet hij slechts te stamelen: "Lou, heet ik, meneer. En voor het eerst in mijn leven weet ik niet wat mij overkomt...(en dan heftig) Maar dat pik ik niet! Wie helpt mij? Nu ik , als één van de elite, een pijler onder de welvaart, om dreig te vallen? Waar is de solidariteit gebleven?"
Het beeld lijkt onverstoorbaar. Hoevelen reeds hebben immers eerst de VOC-mentaliteit omarmt en dan als het er op aankwam toch ontkent? Lou staart langs het beeld heen. Zijn voorland lijkt behoorlijk ondoorzichtig. Achter hem verpulvert de stad tot een herinnering. Geen noodverordening of rampenplan te zien. Lou voelt de angst van de onmacht zijn keel dichtknijpen. Hij staat er alléén voor.
"Bedankt, VOC! Wat heb ik nog meer te verliezen dan ik reeds verloren heb? Ga opzij! de VOC is geweest! Ik moet verder."
Lou, gister nog een geslaagd zakenman, vandaag door een relatief kleine mondiale crisis, is totaal ontredderd. Het oude leven ligt achter hem, bedolven onder het as van alle zekerheden. Geen weg terug. Pal voor hem een versteende VOC-mentaliteit en daarachter... een land van herstel, van nieuwe mogelijkheden of van niets?
Met grote moeite bevrijdt Lou zijn auto uit de armen van het beeld en rijdt stapvoets zijn persoonlijke terra incognita in

Geen opmerkingen:

Een reactie posten